Home » Featured

Zendingpioniers terug in Nederland

4 mei 2010

Een grotere tegenstelling is haast niet voor te stellen. Vanuit het armoedige Namibië, waar het leven allesbehalve welvarend is en dagen bestaan uit het wachten op de volgende, terug in de Zwolse karikatuur van de westerse wereld. Stadshagen. Daar waar om acht uur iedereen wegrijdt, en om half zes iedereen weer thuiskomt.

Martijn en Susanne Broekroelofs, een 28-jarig stel uit Zwolle, keerden twee weken geleden terug uit Rehoboth, een stad centraal in Namibië, waar ze werkten voor het René Kids Centre. Een jaar lang pionierden ze samen, later met nog twee echtparen, en gaven ze het pas net opgestarte project van René Ruitenberg vorm. Een jaar lang in een compleet tegenovergestelde wereld.

“Het is inderdaad raar om weer terug te zijn. De laatste twee weken schieten onze emoties nog wat heen en weer. Aan de ene kant geniet je van veel dingen, aan de andere kant het gevoel dat we eigenlijk een beetje achterlijk bezig zijn in Nederland en de westerse wereld. We hebben ons de laatste twee weken wel eens afgevraagd wat we hier doen. Het typische westerse leven voelt voor ons nog heel ver weg.”

Zendingsdrang

Het inmiddels vier jaar getrouwde stel wist al heel lang één ding zeker. Ze wilden op zendingsreis. Ze kochten expres geen huis en hielden alle opties open om weg te kunnen. Ze reisden al eens naar Australië en zagen al veel landen. Ze begonnen een zoektocht naar een zendingsorganisatie die bij ze paste. “Maar er zijn zoveel organisaties! Uiteindelijk kwamen we via via terecht bij het René Kids Centre. Een paar gesprekken waren maar nodig en voor we het wisten zaten we er al.”

Wat de twee dan zo aansprak? “Vooral de brede visie op de toekomst. Er wordt ver vooruit gekeken. Het is niet alleen een opvangtehuis en bezigheidstherapie voor de kinderen. Zo wordt er al concreet gewerkt aan werkgelegenheidsprojecten voor jongeren die straks van school komen. Er wordt landbouwgrond aangekocht, mensen leren voor zichzelf te zorgen en krijgen daardoor hoop.”

Martijn en Susan hielden zich bezig met de begeleiding van de bouw en het opzetten van de zorg voor de kinderen. Daar werd meteen een groot verschil in cultuur duidelijk. “Met ons Nederlandse plangedrag kwamen we daar niet ver. De bouwvakkers doen gewoon wat voor handen is. Als we ons irriteerden en er wat van zeiden, gebeurde er helemaal niets meer. We moesten leren om gewoon blij te zijn met wat er wel gebeurde.”

Geen hoop

Hoop is hetgeen waar het aan ontbreekt in het op één na minst bevolkte land op aarde. Van de twee miljoen inwoners in het zuidelijk Afrikaanse kustland, leeft de helft van minder dan 1,25 Dollar. “Als ons gevraagd wordt wat ons het meest aangreep, is dat niet alleen de armoede, maar vooral het ontbreken van een reden om te leven. Mensen zitten gewoon te wachten tot de dag weer voorbij is. Geen werk, geen hoop, geen vreugde.”

Dat gebrek aan levenslust uit zich in alcoholmisbruik en nog veel meer ellende. “Ik denk aan een man van 70, die altijd maar op zijn erf zat”, zegt Martijn. “In Nederland wordt je verzorgd en vermaakt in een tehuis. Deze man was lichamelijk te slecht om te bewegen, maar werd niet verzorgd of vermaakt. Hij zat er gewoon, dag in dat uit. Op een slechte stoel. Wachten totdat het leven voorbij zou zijn.”

Vanuit die cultuur, terug in Nederland. “We hebben met elkaar afgesproken dat we echt een half jaar de tijd nemen om alles te laten bezinken”, antwoorden ze op de vraag of ze ooit nog weer kunnen wennen aan het leven hier. “De ene dag willen we gelijk weer terug, de andere dag vinden we het ook fijn om weer terug te zijn.”

“ We hebben een hele mooie tijd gehad, ook samen. Vooral in het begin waren we helemaal op elkaar aangewezen, samen aan het zoeken. Het is of heel goed voor een huwelijk, of heel slecht, zeggen ze wel eens. Voor ons was het absoluut goed! We hebben van alle kanten de bevestiging van God gehad dat het goed was dat we er waren.”